Verborgen tariefkosten: waarom 78% van de beleggers bleef bijkopen

Verborgen tariefkosten: waarom 78% van de beleggers bleef bijkopen

·4 min leestijdGeld en Investeringen

Het Yale Budget Lab berekende het in april 2026: het gemiddelde Amerikaanse huishouden verloor dit jaar 1.200 euro aan verborgen tariefkosten. Niet door een beurscrash, maar door sluipend stijgende prijzen op boodschappen, elektronica en kleding. Ondertussen paste vrijwel niemand zijn beleggingsstrategie aan.

Voor Nederlandse beleggers klinkt dat misschien als een ver-van-mijn-bedshow. Maar dat is het niet. De Nederlandsche Bank waarschuwde al dat een handelsoorlog alleen verliezers kent, en ABN AMRO stelde de groeiprognose voor Nederland bij naar 1,3% als direct gevolg van Amerikaanse tarieven. Als je in ETF’s of Amerikaanse aandelen belegt (en de meeste Nederlandse particuliere beleggers doen dat), raakt dit je portemonnee harder dan je denkt.

Hier is het verontrustende deel: terwijl hun koopkracht daalde, bleven Amerikaanse particuliere beleggers massaal bijkopen. 78% verhoogde zijn aandelenpositie. Hetzelfde patroon is zichtbaar in Nederland, waar de AFM in haar Trendzicht 2026 waarschuwt dat retailbeleggers steeds complexere producten kopen zonder de risico’s goed in te schatten.

Ze dachten gedisciplineerd te beleggen. De wiskunde zegt iets anders.

De vier denkfouten achter de slechtste beleggingskeuze van 2026

Wat deze situatie zo gevaarlijk maakt, is dat elke fout van binnenuit rationeel aanvoelt. Onderzoekers die vijf cognitieve biases documenteerden die beleggers duizenden euro’s kosten per decennium, zien precies dit patroon. Vier denkfouten werkten in 2026 tegelijkertijd.

1. Normaliteitsbias: “tarieven zijn tijdelijk, prijzen corrigeren wel”

Je brein gaat ervan uit dat de situatie terugkeert naar het oude normaal. Toen de Tax Foundation liet zien dat Amerikaanse tarieven nu de grootste belastingverhoging als percentage van het bbp vormen sinds 1993, haalden de meeste beleggers hun schouders op. Maar bedrijven die hogere importkosten absorbeerden, bouwden die prijsverhogingen permanent in. Het “normaal” waar je op wacht, bestaat niet meer.

2. Verankering aan pre-tariefwaarderingen

Verankering (anchoring) zorgt ervoor dat je alles afmeet aan een referentieprijs, meestal je aankoopprijs of de vorige piek. Toen aandelen 10% daalden na tariefaankondigingen, zagen beleggers een “korting”. Maar de werkelijke waarde van bedrijven waarvan de inputkosten permanent met 10 tot 40% stegen, was ook gedaald. De dip was geen korting, het was een herprijzing. Een analyse van inflatieverrassingen in 2026 bevestigde dat bedrijven 35 tot 40% prijsverhogingen doorvoerden, terwijl markten “gefixeerd bleven op recente desinflatie.”

3. Kuddegedrag: het “buy the dip” verhaal

Toen markten daalden, convergeerden sociale media, finfluencers en algoritmische signalen op dezelfde boodschap: koop de dip. Maar een jaar lang elke transactie bijhouden onthulde hoe kostbaar dat is: “buy the dip” presteert slechter dan passief beleggen in meer dan 60% van de tijd over 60 jaar data. Het voelt als discipline, maar het is actie-bias vermomd als strategie. En beleggers vrezen een recessie, terwijl het grotere gevaar hun eigen gedrag is.

4. Het struisvogeleffect bij koopkrachterosie

Dit is de gevaarlijkste val, omdat hij werkt via onoplettendheid. Gedragsonderzoekers Karlsson, Loewenstein en Seppi documenteerden het struisvogeleffect: beleggers checken hun portefeuille minder vaak tijdens dalingen. In 2026 strekte dit effect zich uit voorbij portefeuillewaarden. Een portefeuille die 8% nominaal steeg terwijl je huishoudkosten met ruim 1% toenamen door tarief-gedreven inflatie, leverde veel minder reëel vermogen op dan je beleggingsapp liet zien. Maar koopkrachterosie meten vereist moeite, en confrontatie met een ongemakkelijke waarheid. Dus keken de meeste beleggers simpelweg niet.

Waarom deze combinatie zo giftig is

Eén bias is beheersbaar. De tariefomgeving van 2026 activeerde er vier tegelijk: normaliteitsbias blokkeerde herbeoordeling, verankering vertekende waarderingen, kuddegedrag dreef uniforme actie, en het struisvogeleffect zorgde dat niemand de werkelijke schade mat.

De eerste stap is ongemakkelijk eenvoudig: bereken je werkelijke tariefblootstelling (de DNB schat het effect op ongeveer 1% van het huishoudinkomen voor Nederlandse huishoudens), trek dat af van je nominale portefeuillerendement, en bepaal of je huidige strategie nog klopt met het echte getal. Als je alternatieve portefeuillestrategieën hebt verkend die in 2026 beter presteerden, weet je al dat het antwoord afhangt van het volledige plaatje, niet alleen wat je beleggingsapp toont.

Verder lezen:

Bronnen en Referenties

  1. budgetlab.yale.edu
  2. taxfoundation.org
  3. papers.ssrn.com
  4. ainvest.com
  5. financialcontent.com

Lees over onze redactionele standaarden

Misschien vind je dit ook leuk: