Goud op recordhoogte voelt veilig. Dat is precies de val

Goud op recordhoogte voelt veilig. Dat is precies de val

·5 min leestijdGeld en Investeringen

Zodra goud boven de 5.000 dollar per troy ounce komt, grofweg 4.350 euro tegen de huidige koers, verandert er iets in hoe mensen ernaar kijken. Het voelt dan niet meer als een belegging, maar als een antwoord. In januari 2026 werd dat heel zichtbaar. Wereldwijde goud-ETF’s kregen een recordinstroom van ongeveer 19 miljard dollar, zo’n 16,6 miljard euro, en het totale beheerde vermogen liep op naar 669 miljard dollar, ongeveer 584 miljard euro, volgens deze analyse van de recordinstroom. Tegelijk liet een door Kitco aangehaalde peiling zien dat 71 procent van de particuliere beleggers verwachtte dat goud in 2026 boven de 5.000 dollar zou blijven.

Voor Nederlandse beleggers is dat een interessant moment. Goud heeft hier niet dezelfde emotionele plaats als in sommige andere markten, maar het idee van bescherming tegen onzekerheid, inflatie en geopolitieke stress werkt ook hier. En precies daarom is het nuttig om twee dingen uit elkaar te houden: goud als structurele hedge is iets anders dan goud kopen omdat bijna iedereen het inmiddels een goed idee vindt.

Als iedereen het logisch vindt, is het vaak al duur

Na een stijging van ongeveer 65 procent in 2025 begon goud voor veel beleggers onvermijdelijk te voelen. Dat is klassiek recency bias. Wat net goed werkte, wordt in je hoofd al snel het meest waarschijnlijke vervolg. Het recente rendement maskeert dan het feit dat je instapt na een grote beweging.

Hoe duur dat gedrag kan worden, zie je in het QAIB 2025-rapport van DALBAR. De gemiddelde aandelenbelegger bleef in één jaar 848 basispunten achter bij de S&P 500. Dat kwam niet doordat die belegger minder informatie had, maar vooral door slecht getimede aankopen en verkopen. In gewone taal: veel mensen kopen wanneer de markt hen bevestigt, en verkopen wanneer de correctie hen mentaal uitput.

Dat mechanisme is bij goud extra verraderlijk. Een aandeel dat hard stijgt voelt risicovol. Goud dat hard stijgt voelt voor veel mensen juist veiliger. En precies daardoor kun je ongemerkt de hoofdprijs betalen voor een prettig verhaal.

Een veilige haven beschermt je niet tegen slecht timing

Dat goud over lange periodes een rol kan spelen als veilige haven, staat niet echt ter discussie. Wat wel vaak door elkaar loopt, is de vraag of elke aankoop van goud automatisch verstandig is. Het standaardvoorbeeld blijft januari 1980. Toen piekte goud op 850 dollar per ounce, omgerekend ruwweg 740 euro tegen de huidige wisselkoers, al was de koopkracht natuurlijk totaal anders. Ook toen draaide het verhaal om inflatie, onzekerheid en het idee dat goud de logische plek was.

De historische reeks van Macrotrends maakt duidelijk wat daarna gebeurde. Wie op die top kocht, moest in nominale termen tientallen jaren wachten om dat niveau terug te zien. In reële termen, dus na inflatie, duurde het nog langer. Het bezit was niet het probleem. De prijs van instappen wel.

Dat is een nuchter maar belangrijk onderscheid. Een goede diversifier kan nog steeds een slechte koop zijn als je hem koopt op het moment dat de markt hem massaal als reddingsboei omarmt. Kwaliteit van het bezit en kwaliteit van het instapmoment zijn niet hetzelfde.

De langetermijnthese kan kloppen en toch geen koopmoment zijn

Daarmee is de structurele bullcase niet weg. J.P. Morgan stelt zelfs dat goud richting 6.000 dollar per ounce zou kunnen gaan, ongeveer 5.200 euro, als slechts 0,5 procent van buitenlandse Amerikaanse bezittingen naar goud verschuift. In een wereld met meer geopolitieke stress en minder vanzelfsprekend vertrouwen in de dollar is dat geen gek scenario.

Alleen: een structureel verhaal is nog geen timinginstrument. Dezelfde markt die op lange termijn omhoog kan, kan op korte termijn ook overvol raken. Zodra recordinstroom zelf nieuws wordt, houdt die instroom op een neutraal datapunt te zijn. Dan wordt het sociale bevestiging.

Dat is precies waarom de combinatie van data belangrijker is dan losse koersdoelen. De analyse van de ETF-instroom wees ook op insiderverkopen en op de kans dat de positie aan de ETF-kant erg druk is geworden. Dat betekent niet automatisch dat de top binnen is. Het betekent wel dat je moeilijk kunt doen alsof je hier nog vroeg bij bent.

Wat contrair denken in de praktijk echt betekent

De echte val is dus niet goud, maar kuddegedrag. Een stijgende prijs bevestigt het verhaal, het verhaal trekt nieuw geld aan, en dat nieuwe geld bevestigt de prijs. Voor de individuele belegger voelt dat rationeel. In werkelijkheid is het vaak een laat signaal.

Contrair zijn betekent dan ook niet dat je tegen elke consensus in moet gaan. Het betekent dat je vraagt of de prijs het dominante verhaal al heeft verwerkt. Als goud vanzelf van 5 naar 15 procent van je portefeuille is gegroeid, ben je niet meer netjes gespreid. Dan ben je geconcentreerd. In zo’n geval is mechanisch herbalanceren vaak verstandiger dan nog meer kopen uit overtuiging.

Goud boven 5.000 dollar kan het begin van een nieuw tijdperk zijn. Het kan ook gewoon het duurste consensusverhaal van deze cyclus zijn. Het verschil zit meestal niet in goud zelf, maar in de reden waarom je koopt. Doe je dat op basis van een nuchtere allocatie, of vooral omdat het inmiddels veilig voelt om het met de massa eens te zijn?

Bronnen en Referenties

  1. Kitco News / Annual Gold Survey
  2. AInvest Financial Analysis
  3. DALBAR QAIB 2025
  4. Macrotrends / Historical Gold Data
  5. J.P. Morgan Global Research

Lees over onze redactionele standaarden

Misschien vind je dit ook leuk: