AI slokt miljarden op, maar 56 procent ziet niets terug
Bijna elke directiekamer praat over AI alsof de opbrengst al onderweg is. De praktijk is een stuk minder spectaculair. Volgens de door Fortune besproken wereldwijde CEO-enquête van PwC zegt 56 procent van de CEO’s in 95 landen dat hun AI-uitgaven tot nu toe “niets” hebben opgeleverd. Slechts 12 procent zag tegelijk hogere omzet en lagere kosten.
Dat is geen detail en ook geen klein implementatieprobleem. Het is een patroon dat we eerder hebben gezien. Nieuwe technologie verspreidt zich snel, maar organisaties veranderen langzaam. In Nederland, waar bedrijven meestal nuchter naar technologie kijken en bewijs willen zien, is precies dat onderscheid belangrijk: een goed model is nog geen goed bedrijfsproces.
Een bekende denkfout, nu voor veel meer geld
In 1987 zei econoom Robert Solow dat je het computertijdperk overal zag, behalve in de productiviteitscijfers. Bedrijven hadden fors geïnvesteerd in hardware en software, maar de economische winst bleef uit. Pas na jaren van herinrichting, training en procesaanpassing begonnen computers echt iets te doen voor de productiviteit.
Met AI gebeurt iets vergelijkbaars, alleen met veel grotere bedragen. Zoals Fortune uitlegt in een analyse van de nieuwe productiviteitsparadox, is de kapitaalinvestering van Big Tech in twee jaar verdubbeld, naar 427 miljard dollar in 2025, met een verwachting van meer dan 560 miljard in 2026. Omgerekend zit je dan ruwweg in de orde van honderden miljarden euro’s. J.P. Morgan schat dat er structureel 650 miljard dollar aan jaarlijkse omzet nodig zou zijn om op de huidige AI-infrastructuur slechts 10 procent rendement te halen. Ondertussen zegt ongeveer 90 procent van de bedrijven dat AI de afgelopen drie jaar geen meetbaar effect had op werkgelegenheid of productiviteit.
Ontslaan op basis van verwachting werkt slecht
Het probleem zit dus niet alleen in de technologie, maar ook in de keuzes eromheen. Veel bedrijven hebben mensen ontslagen op basis van wat AI ooit misschien zou kunnen, niet op basis van wat AI nu al betrouwbaar doet. Volgens de samenvatting van HR Executive over Forrester’s Predictions 2026 heeft 55 procent van de werkgevers die vanwege AI heeft ontslagen daar inmiddels spijt van. Challenger, Gray & Christmas telde tot en met november 2025 54.694 ontslagen die aan AI werden toegeschreven.
Dat getal is vooral interessant omdat veel van die banen niet echt door AI werden vervangen. Ze verdwenen omdat managers vooruitliepen op beloofde mogelijkheden. Nu moeten bedrijven mensen terughalen, vaak in goedkopere markten en tegen lagere salarissen. Dat lijkt efficiënt, maar het levert geregeld een organisatie op die wel goedkoper is en tegelijk minder kan. Voor Nederlandse bedrijven, die pragmatisch zijn en graag op uitvoering sturen, is dat een nuttige realitycheck: kosten verlagen zonder werk anders in te richten is geen strategie, maar uitstel.
IBM deed juist het omgekeerde
Terwijl een groot deel van de techsector op personeelsreductie inzette, koos IBM een andere route. In februari 2026 maakte het bedrijf bekend dat het het aantal instapaanstellingen in de Verenigde Staten zal verdrievoudigen, meldde Fortune. De redenering was opvallend eenvoudig. HR-topvrouw Nickle LaMoreaux waarschuwde dat het schrappen van juniorfuncties later een gat in de leiderschapspijplijn creëert.
Ook CEO Arvind Krishna wees het idee af dat AI automatisch minder kansen voor starters betekent. Junior developers besteden nu minder tijd aan standaardcode, die AI goed aankan, en meer tijd aan klantcontact, probleemanalyse en context. Met andere woorden: het werk verandert, maar verdwijnt niet op de manier waarop veel bedrijven hadden gehoopt.
Waarom de productiviteit nog niet meebeweegt
Algemene technologieën volgen vaak hetzelfde script. De techniek is snel beschikbaar, maar de organisatorische aanpassing gaat traag. Elektrische motoren hadden decennia nodig om fabrieken echt te veranderen. De pc had ongeveer vijftien jaar nodig om zichtbaar te worden in de productiviteitsdata. AI lijkt nu precies in die tussenfase te zitten.
PwC laat zien dat CEO’s toch optimistisch blijven. Ze verwachten in de komende drie jaar 1,4 procent hogere productiviteit en 0,8 procent meer output. Dat klinkt bescheiden, maar het vraagt wel iets wat veel bedrijven nog niet hebben geregeld: processen herontwerpen, mensen trainen, management aanpassen en scherp kiezen waar AI wel en niet werkt. Wie AI vooral ziet als bezuinigingsmiddel, krijgt waarschijnlijk precies wat nu al zo vaak zichtbaar is: weinig resultaat voor veel geld.
Het echte risico is niet dat AI faalt
De vraag voor de komende jaren is dus niet of AI werkt. Dat doet het, zeker in goed afgebakende toepassingen die netjes in bestaande processen zijn ingebouwd. De echte vraag is of bedrijven opnieuw dezelfde fout maken als in de tijd van de pc: te veel investeren in technologie, te weinig in mensen en processen, en daarna concluderen dat de technologie tegenvalt.
Als 56 procent van de CEO’s nu niets terugziet van AI, en 55 procent van de werkgevers met AI-ontslagen al spijt heeft, dan wordt het lastig om dit nog als kinderziekte af te doen. Het grootste risico in 2026 is niet dat AI mislukt. Het is dat bedrijven er op een onhandige manier mee omgaan en daarna verbaasd zijn over de uitkomst.
Bronnen en Referenties
Lees over onze redactionele standaarden →



