BlackRock zette de uitgang op slot en dat zegt genoeg
In januari 2026 vroeg een belegger in BlackRocks HLEND-fonds om zijn geld terug. Dat fonds beheert 26 miljard dollar, dus grofweg ruim 20 miljard euro. Toch kreeg hij niet simpelweg uitbetaald waar hij recht op dacht te hebben. BlackRock zette de terugkoop op 5 procent van de uitstaande participaties, terwijl beleggers samen 9,3 procent wilden opnemen. Bijna de helft van de mensen die eruit wilden, moest dus wachten.
Dat maakt het incident groter dan één onhandig kwartaal. Het legt een zwakke plek bloot in een private-creditmarkt van 1,8 biljoen dollar, in euro’s ruwweg een markt van rond de 1,6 biljoen, die jarenlang aan gewone beleggers is verkocht als stabiel, voorspelbaar en redelijk liquide. Die laatste claim blijkt vooral waar zolang niemand de uitgang echt nodig heeft.
De poorten gaan niet bij één fonds dicht
HLEND was geen uitzondering. Volgens Fortune kreeg Morgan Stanleys North Haven Private Income Fund terugkoopverzoeken ter grootte van 10,9 procent van de uitstaande stukken en honoreerde het minder dan de helft. Bij Blackstones vlaggenschip BCRED liep het op tot 3,8 miljard dollar aan uitstapverzoeken, een bedrag van meerdere miljarden euro, waarna leidinggevenden zelf extra kapitaal moesten inleggen. Blue Owl Capital blokkeerde bij een fonds op een gegeven moment zelfs alle uitstroom, met een beurswaardedaling van 2,4 miljard dollar als zichtbaar gevolg.
De sector noemt zulke beperkingen graag gates, alsof het vooral om een technisch stabilisatiemechanisme gaat. Dat is niet helemaal onwaar, maar ook niet het hele verhaal. Voor de belegger betekent het vooral dat een product dat als toegankelijk werd gepresenteerd, ineens voorwaarden blijkt te hebben die pas voelbaar worden als het spannend wordt.
Verkocht werd rust, ingebouwd was illiquiditeit
Tussen 2022 en eind 2025 groeiden semiliquide private-creditfondsen voor particulieren volgens Fortune van 200 miljard naar 500 miljard dollar aan beheerd vermogen. Blue Owl haalde alleen al ongeveer 40 procent van zijn 300 miljard dollar op bij particuliere beleggers. De pitch was aantrekkelijk genoeg: meer yield dan publieke obligaties, minder koersgedoe dan aandelen en toch een redelijk voorspelbaar profiel.
De werkelijkheid is nuchterder. Private leningen zijn niet snel te verkopen, omdat ze jarenlang in illiquide portefeuilles zitten zonder diepe secundaire markt. Als te veel mensen tegelijk hun geld terugvragen, moet de beheerder assets met korting verkopen of de deur op een kier zetten. New Mountain Finance verkocht recent bijna 500 miljoen dollar aan bezittingen tegen 94 cent per dollar, dus met een haircut van 6 procent, zoals SwissInfo op basis van UBS en Bloomberg meldde. Dat soort noodverkoop lijkt minder uitzonderlijk te worden.
De defaults lopen op en dat is geen detail meer
Daar komt bij dat de kredietkwaliteit verslechtert. Fitch meldde dat de default rate in Amerikaanse private credit in 2025 opliep tot 9,2 procent, tegenover 8,1 procent een jaar eerder. Dat was een record, volgens MarketScreener via Reuters. Van de 302 bedrijven die Fitch volgt, waren er 38 defaults bij 28 kredietnemers, vooral bij kleinere partijen met winsten van 25 miljoen dollar of minder.
De oorzaak zit deels in de structuur van het product. Veel private leningen hebben een variabele rente die meebeweegt met de Amerikaanse beleidsrente. Na meerdere jaren van hoge financieringskosten wordt de rek bij kredietnemers kleiner. UBS schetste zelfs een stressscenario waarin defaults naar 15 procent kunnen stijgen. Vooral softwarebedrijven zouden geraakt kunnen worden. Zij vertegenwoordigen ongeveer 40 procent van alle sponsor-backed private-creditleningen, opnieuw volgens de samenvatting van SwissInfo.
Wat op je overzicht staat, hoeft niet de echte prijs te zijn
Precies daar wordt het ongemakkelijk voor particuliere beleggers. De Federal Reserve Bank of Boston liet zien dat private credit groeide van 46 miljard dollar in 2000 naar meer dan 1 biljoen in 2023. Die groei kwam met een zwakke plek: waarderingen zijn vaak verouderd, omdat secundaire markten dun zijn en onafhankelijke waarderingen niet vaak plaatsvinden. Simpel gezegd: de prijs in je portaal kan best comfortabel ogen, maar dat zegt weinig over wat je krijgt als er echt verkocht moet worden.
Daarom is het verstandig om te snappen hoe private-credit liquiditeitsvallen werken, zeker als je erin zit. Het helpt ook om te onthouden dat particuliere beleggers die due diligence overslaan risico vaak pas herkennen als de schade zichtbaar wordt. Sinds september 2025 verloren de vijf grootste beursgenoteerde private-creditspelers samen 265 miljard dollar aan beurswaarde. Apollo daalde 41 procent, Blackstone 46 procent en Blue Owl 67 procent.
Voor beleggers gaat het nu minder om yield dan om bereikbaarheid
De eerste stap is saai maar noodzakelijk: lees de terugkoopregels van je fonds. Hoe vaak mag je uitstappen, tot welk maximum en wat gebeurt er als te veel beleggers tegelijk weg willen? De tweede stap is accepteren dat een verkoop op de secundaire markt, als die er al is, meestal een korting betekent. De derde stap is je totale portefeuille bekijken op echte liquiditeit. Als 15 tot 20 procent of meer van je belegbare vermogen vastzit in structuren met uitstapbeperkingen, dan is je portefeuille minder flexibel dan je dacht.
Dat betekent niet dat private credit als geheel instort. Het betekent wel dat de consumentenversie ervan, veilig, liquide en voorspelbaar, nooit zo netjes heeft bestaan als in de verkoopverhalen. In zo’n fase worden ook cognitieve biases die rendement uithollen duurder, net als de reflex van beleggers die op het slechtste moment in paniek raken. De poort maakte het probleem niet groter. De poort maakte het zichtbaar.
Bronnen en Referenties
Lees over onze redactionele standaarden →



