Je veilige inkomensfonds blijkt ineens een draaideur
In dit artikel
Op 19 februari 2026 ontdekten beleggers in Blue Owl dat “veilig” in private credit iets heel anders kan betekenen dan toegankelijk. Blue Owl Capital Corp. II, verkocht als een relatief defensieve bron van inkomen, stopte in de praktijk met het normale systeem van kwartaaluitstappen en schoof door naar incidentele uitbetalingen uit aflossingen en de verkoop van bezittingen. Voor wie dacht een rustig inkomensproduct te hebben, was de boodschap nogal hard: je geld was er nog wel, maar niet meer op het moment dat jij het wilde. Zoals CNBC beschreef, werd het incident meteen gelezen als iets groters dan een bedrijfsspecifiek probleem.
Dat is ook precies de kern. Het echte risico zit niet alleen in Blue Owl, maar in het ontwerp van dit soort producten. Private-creditfondsen verstrekken leningen met een looptijd van meerdere jaren, terwijl beleggers vaak per kwartaal mogen aanbieden om uit te stappen. Zolang maar weinig mensen tegelijk naar de uitgang lopen, ziet dat er netjes uit. Zodra het sentiment verslechtert, blijkt dat de beloofde liquiditeit vooral werkte omdat ze nog niet echt getest was.
Het probleem is geen detail, maar de constructie zelf
Een nuchtere uitleg staat bij U.S. Bank. Daar wordt de recente onrust omschreven als een mismatch tussen de looptijd van de onderliggende leningen en de uitstapregels voor beleggers. Die leningen lopen vaak drie tot zeven jaar. De uitstapmogelijkheid is meestal elk kwartaal. Dat verschil hoeft geen probleem te zijn, totdat te veel mensen er tegelijk gebruik van willen maken.
Precies daar gingen de cijfers al heen. U.S. Bank verwijst naar Fitch-data waaruit blijkt dat de uitstroom bij niet-beursgenoteerde, doorlopende BDC’s opliep naar 4,5% van de intrinsieke waarde in het vierde kwartaal van 2025, tegen 1,6% een kwartaal eerder. Dat klinkt misschien nog beheersbaar. In semiliquide producten zegt de snelheid van zo’n verschuiving vaak meer dan het absolute niveau.
Als de poort dichtgaat, zie je pas wat je echt bezit
Na Blue Owl kwam de druk ook elders zichtbaar naar boven. Een analyse van Newsweek liet zien hoe semiliquide fondsen onder druk komen zodra rijke particuliere beleggers massaal hun geld terugvragen. BlackRock beperkte opnames in zijn HPS Corporate Lending Fund nadat beleggers ongeveer 1,2 miljard dollar wilden opnemen, grofweg 1,05 miljard euro tegen de koers van 13 maart. Blackstone moest bij BCRED de gebruikelijke limiet verhogen en eigen geld bijstorten om aan de vraag te voldoen. Dan is het geen incident meer, maar een patroon.
Beheerders noemen zulke beperkingen graag een veiligheidsfunctie. Daar zit logica in: je wilt geen illiquide leningen onder druk weggooien tegen slechte prijzen. Tegelijk merk je als belegger vooral iets anders. De veronderstelde liquiditeit blijkt voorwaardelijk. Op het moment dat je haar nodig hebt, verandert ze in een regel die tegen je werkt.
De rustige waardering kan een vertekend beeld geven
Er is nog een reden waarom private credit lang kalm kan lijken. Zoals Newsweek opmerkte, worden deze leningen niet de hele dag door in de markt geprijsd zoals beursobligaties. De waardering komt vaak periodiek tot stand, binnen de fondsen zelf of in een beperkte kring. Dat maakt rendementspaden gladder dan de economische werkelijkheid misschien rechtvaardigt.
Juist daarom is de discussie over waardering feller geworden. De topman van het Manhattanse DOJ-kantoor waarschuwde in november voor “creatieve” waarderingen in private portefeuilles. De SEC kondigde eind februari een ronde tafel aan over private-marktwaarderingen nu retailtoegang versnelt. Reuters meldde bovendien nieuwe vragen over de waarderingspraktijk bij Blue Owl. Dat hoeft niet te betekenen dat het hele speelveld fout geprijsd is. Het betekent wel dat liquiditeit en transparantie twee verschillende risico’s zijn, en dat beleggers vaak alleen op het eerste letten.
De link met banken maakt het relevanter dan veel beleggers denken
Wie denkt dat dit alleen binnen private fondsen blijft, kijkt te smal. The Daily Economy benadrukte dat private credit sterk leunt op banklijnen en andere financieringsvormen van traditionele banken. Newsweek verwees daarnaast naar onderzoek van de Boston Fed waaruit blijkt dat de groei van private credit voor een groot deel met bankleningen is gefinancierd.
Dat is geen bewijs dat er een nieuwe systeemcrisis aankomt. Wel is het een praktische waarschuwing: de sector staat niet los van het banksysteem. Reuters meldde deze week dat JPMorgan de waarde van sommige aan private-creditfondsen gekoppelde leningen verlaagde. Morgan Stanley beperkte intussen opnames in zijn North Haven Private Income Fund. Als banken voorzichtiger naar onderpand kijken, verschuift het verhaal van marketing naar financieringsrealiteit.
De belangrijkste vraag is niet wat het oplevert, maar hoe je eruit komt
Private credit is niet per definitie verkeerd. Middelgrote bedrijven hebben financiering nodig en sommige fondsen zijn degelijk opgezet. Het probleem ontstond toen langlopende, illiquide leningen werden verpakt als een rustig inkomensproduct met een keurige uitgang. Zolang de markt meewerkt, lijkt dat prima. Zodra de stemming draait, blijkt dat de deur smaller is dan de brochure suggereerde.
Heb je dus private credit in je portefeuille, via een BDC, een intervalfonds of iets wat als “alternatief inkomen” is verkocht, stel dan een simpelere vraag dan veel adviseurs gewend zijn: wat gebeurt er met mijn uitstapverzoek als iedereen tegelijk op dezelfde dag dezelfde knop indrukt? Hoeveel cash is er echt? Wie waardeert de leningen? Welke banklijnen houden het fonds draaiend? En hoe snel verandert een kwartaalvenster in een vage belofte van latere uitbetaling? De gedragspatronen van beleggers onder stress zijn uitgebreid beschreven. In private credit zit de pijn soms nog eerder: niet in de paniekverkoop, maar in het moment waarop je ontdekt dat uitstappen nooit zo vanzelfsprekend was als het klonk.
Bronnen en Referenties
Lees over onze redactionele standaarden →



