Taurine was even de ster van longevity, nu niet meer

Taurine was even de ster van longevity, nu niet meer

·4 min leestijdGezondheid, Biohacking en Levensduur

Het verhaal was bijna te mooi. Een aminozuurachtig stofje zou dalen naarmate we ouder worden, en als je het aanvult, leven proefdieren langer. In 2023 leek een studie van Columbia University dat beeld te bevestigen: muizen die taurine kregen, leefden tot 12 procent langer. Binnen korte tijd werd taurine een vaste naam in longevity-routines, supplementenstapels en biohackinggesprekken.

Daarna deed een onderzoeker van het Amerikaanse National Institute on Aging iets vrij nuchters: hij keek opnieuw naar de mensendata. Rafael de Cabo, een gerontoloog die al jaren werkt aan calorierestrictie en biomarkers van veroudering, analyseerde bloed uit de Baltimore Longitudinal Study of Aging, uit de rhesusapenpopulatie van de NIH en uit meerdere muizencohorten. De uitkomst verscheen in Science in juni 2025 en haalde de kern van de hype onderuit.

De daling bleek er niet te zijn

Bij mensen van 26 tot 100 jaar daalde circulerend taurine niet met de leeftijd. Het bleef gelijk of nam juist toe. Hetzelfde patroon was te zien bij apen van 3 tot 32 jaar en bij muizen. Alleen bij mannelijke muizen bleef het niveau onveranderd.

Dat lijkt een technisch detail, maar dat is het niet. De hele commerciële belofte draaide om een eenvoudige redenering: laag taurine betekent oud, oud betekent kwetsbaar, dus aanvullen zou helpen. Die redenering staat nu een stuk zwakker, over drie diersoorten en vijf cohorten heen.

Er was nog een probleem. De verschillen tussen twee gezonde mensen van dezelfde leeftijd waren vaak groter dan de veranderingen over tientallen jaren. Met andere woorden: je taurinewaarde zegt waarschijnlijk meer over wat je recent hebt gegeten dan over hoe biologisch oud je bent.

De muizenstudie was niet waardeloos, wel smal

De oorspronkelijke studie uit 2023 verdwijnt hiermee niet. De muizendata waren echt. Alleen waren ze ook heel specifiek. De dieren zaten in gecontroleerde kooien, aten gecontroleerd voer en kregen farmacologische doses die ver boven een normale voeding liggen.

Dat maakt de vertaling naar mensen lastig. Een volwassen persoon die vis, vlees, eieren of schaal- en schelpdieren eet, leeft niet als een laboratoriummuis. Toch werd die sprong in veel marketing bijna vanzelf gemaakt. Een interessante dierstudie werd een praktische belofte voor gezonde mensen.

De conclusie van het NIH was daarom belangrijk. Volgens het team van de Cabo zijn lage taurineconcentraties in het bloed waarschijnlijk geen goede biomarker voor veroudering. Dat betekent niet dat taurine biologisch onbelangrijk is. Het betekent wel dat het zwakke grond is voor een supplementenclaim over langer leven.

Over dosering hoor je vaak te weinig

Taurine wordt meestal als veilig gezien in de doseringen die in studies worden gebruikt, vaak 1 tot 6 gram per dag. Het lichaam maakt zelf ook taurine aan uit cysteïne en methionine. Bijwerkingen zijn ongewoon, maar casusrapporten koppelen hoge doseringen aan maag- en darmklachten en, in combinatie met stimulerende middelen, aan cardiovasculaire gebeurtenissen.

Dat is geen paniekverhaal. Het is gewoon de nuance die vaak ontbreekt op het etiket. Een paper uit 2025 in Aging Cell keek specifiek naar mensen en vond geen experimenteel bewijs dat taurinetekort veroudering aandrijft.

Daar komt de praktische kant bij. Geld dat je uitgeeft aan taurine geef je niet uit aan dingen met sterker menselijk bewijs, zoals krachttraining, slaap of vezelrijke voeding. Zeker in Nederland, waar supplementenabonnementen makkelijk oplopen, is dat geen klein punt. Een longevity-stack van 400 dollar, ongeveer 370 euro, klinkt al snel wetenschappelijker dan hij is.

Het advies was opvallend direct

Toen de Cabo werd gevraagd of mensen taurine zouden moeten nemen, draaide hij er niet omheen. In gesprek met Fortune in juni 2025 zei hij dat de data duidelijk laten zien dat taurinesuppletie niet nodig is zolang je een gezond dieet hebt. Voor een onderzoeker in verouderingsbiologie is dat opvallend duidelijke taal.

Dat betekent niet dat er nooit meer onderzoek naar taurine nodig is. Het betekent dat gezonde mensen op basis van de huidige mensendata geen goede reden hebben om het als longevityverzekering te slikken.

Het patroon kennen we inmiddels. Wie het verhaal rond NAD+-precursors heeft gevolgd, zag dezelfde route: indrukwekkende dierdata, veel marketing, daarna mensendata die de belofte een stuk kleiner maken.

Wacht eerst op de tweede studie

Een bruikbare filter is simpel. Stel drie vragen voordat je een nieuw middel toevoegt. Is het effect bij mensen gereproduceerd in meer dan één onafhankelijke cohort? Is de dosis haalbaar via normale voeding, of heb je farmacologische suppletie nodig? Raadt een senior onderzoeker zonder duidelijk financieel belang het publiekelijk aan?

Taurine komt daar niet sterk uit. Veel producten in hetzelfde schap trouwens ook niet. Het goede nieuws is dat de serieuze wetenschap rond longevityroutes die je echt kunt activeren snel genoeg beweegt. Je hoeft niet achter elke nieuwe capsule aan. Soms is wachten op de tweede paper de meest rationele biohack.

Bronnen en Referenties

  1. Science (AAAS) - de Cabo et al., NIA/NIH
  2. National Institutes of Health (NIH)
  3. Aging Cell (Wiley) - Marcangeli et al.
  4. Fortune (interview with Rafael de Cabo, NIH)

Lees over onze redactionele standaarden

Misschien vind je dit ook leuk: