Je SaaS rekent nog per gebruiker. Het werk doet dat niet
Jarenlang werd bedrijfssoftware gekocht met een simpele redenering: één persoon, één licentie, één automatische verlenging. Dat model stuurt nog steeds budgetten, procurement en forecasts. Alleen klopt de rekensom steeds minder met de werkelijkheid op de werkvloer. In steeds meer teams kan één medewerker met een autonome AI-agent werk aan dat vroeger meerdere extra seats rechtvaardigde.
Daarom draait het belangrijkste getal van dit moment niet om innovatie, maar om verspilling: 84% van de ondernemingen betaalt nog altijd voor softwareseats die door AI-agents feitelijk overbodig zijn geworden. Contracten lopen door, facturen blijven komen en interne dashboards kijken nog naar headcount alsof dat nog steeds de beste maatstaf voor softwarewaarde is. De markt was sneller. In februari 2026 verdween er op één dag 285 miljard dollar aan waarde uit SaaS-aandelen.
Een seat is geen goede maat meer voor waarde
Prijs per gebruiker werkte zolang één werknemer ongeveer gelijkstond aan één stabiele eenheid productwaarde. Die koppeling wordt nu losser. Als AI-agents tickets afhandelen, CRM bijwerken, accounts onderzoeken of repetitieve processen uitvoeren, neemt de output toe zonder dat het personeelsbestand in hetzelfde tempo groeit.
De Deloitte-verwachting rond agentische AI zegt dat 75% van de bedrijven tegen eind 2026 hierin zal investeren. In dezelfde analyse staat dat 40% van de enterprise-applicaties taakgerichte AI-agents zal integreren, tegenover minder dan 5% nu. Als werkcapaciteit harder groeit dan het aantal medewerkers, wordt een prijs per seat vanzelf een slechter model.
Dat zie je al in de markt. In twaalf maanden tijd daalde het aandeel van puur seat-based pricing onder SaaS-bedrijven van 21% naar 15%. Deloitte verwijst bovendien naar een Gartner-prognose waarin tegen 2030 zo’n 40% van de enterprise-SaaS-uitgaven verschuift naar modellen op basis van gebruik, agents of uitkomst, vanaf minder dan 10% vandaag. De techniek beweegt dus sneller dan de contractstructuur.
Drie modellen proberen de seat te vervangen
Het eerste alternatief is outcome-based pricing. Je betaalt als de AI daadwerkelijk een resultaat levert. Gebeurt dat niet, dan betaal je ook niet. In de pricinganalyse van Bessemer Venture Partners is Intercoms Fin AI Agent het bekendste voorbeeld: 0,99 dollar per opgelost supportticket, achtcijferige ARR en 393% annualized growth. Zendesk volgde met 1,50 tot 2,00 dollar per geautomatiseerde resolutie.
Het tweede model is usage-based pricing. Dan draait het om tokens, API-calls of uitgevoerde taken. Voor AI-native bedrijven is dat logisch, omdat omzet dan directer meebeweegt met daadwerkelijk verbruik. Volgens dezelfde Bessemer-data werkt 83% van de AI-native SaaS-bedrijven al zo.
Het derde model is hybride. De oude seat blijft bestaan, maar daarbovenop komen credits, work units of automatiseringsmeters. Bain & Company zag deze aanpak bij 65% van meer dan 30 SaaS-leveranciers die generatieve AI toevoegden. Salesforce kwam met “Agentic Work Units”. HubSpot met credits. Workday met “Flex Credits”. Niemand wil seats volledig loslaten, maar bijna niemand kan nog volhouden dat seats de echte waarde netjes vangen.
Hoe beter de AI werkt, hoe lastiger de marge wordt
Daar zit ook de stille rem op deze omslag. Outcome-based pricing klinkt elegant voor de klant, maar het schuurt voor de leverancier. AI-bedrijven draaien vaak op brutomarges van 50% tot 60%. Traditionele SaaS zit eerder op 80% tot 90%. Dat betekent dat een product dat steeds meer werk per verdiende dollar doet, de marge juist onder druk kan zetten.
Dat verklaart waarom Bain een opvallende conclusie trok: nul van de meer dan 30 traditionele leveranciers had seat-based pricing volledig losgelaten. Nul. Het hybride model is dus minder revolutie dan verzekering.
Aan de koperskant ziet de val er anders uit. Een leverancier pitcht een AI-agent van 40.000 dollar per jaar, grofweg 37.000 euro, als vervanger van een salesmedewerker van 80.000 dollar, ongeveer 74.000 euro. Op papier klinkt dat efficiënt. In de praktijk houden bedrijven tijdens de overgang vaak beide aan. Dat is een kostenstijging van 50% voor een onduidelijke periode. En dat gebeurt terwijl 56% van de CEO’s nog altijd geen ROI uit AI ziet.
Wachten kost meer dan veel teams nu denken
Het is begrijpelijk dat organisaties aarzelen. Heronderhandelen betekent procurement opnieuw openen, leveranciers herbeoordelen en besparingen onderbouwen die finance vaak nog niet hard kan maken, omdat niemand precies weet hoeveel seats AI-agents echt vervangen hebben. Alleen wacht de markt niet op het volgende contractmoment. ServiceNow, Salesforce, HubSpot, Atlassian en Workday verloren in februari miljarden in één handelsdag, niet omdat hun software stuk was, maar omdat beleggers zagen dat het prijsmodel onder die software aan kracht verliest.
Sommige ondernemingen slaan de discussie inmiddels helemaal over. 35% heeft SaaS-tools al ingeruild voor maatwerk-AI. En hoewel slechts 6% van de bedrijven vandaag echt winst maakt met AI, zijn dat juist de partijen die contract voor contract opnieuw bekijken. Elke maand dat je bedrijf betaalt voor gebruikers die geen echte eenheid werk meer vertegenwoordigen, is een maand waarin een concurrent alleen betaalt voor geleverde uitkomst. Het model dat SaaS groot maakte verandert dus niet alleen. Het verliest zijn basis.
Bronnen en Referenties
Lees over onze redactionele standaarden →



