Je brein is niet gemaakt voor acht uur focus achter elkaar

Je brein is niet gemaakt voor acht uur focus achter elkaar

·4 min leestijdHoge Prestatie en Productiviteit

Je hebt het waarschijnlijk vaak genoeg gehoord: wie een volle werkdag maakt, langer doorgaat dan anderen en niet te snel van zijn stoel opstaat, komt uiteindelijk verder. Het klinkt logisch, zelfs deugdzaam. Alleen is die logica vooral erfgoed van de fabriek en veel minder van kenniswerk. Zodra je kijkt naar hoe aandacht en prestatie zich in de praktijk gedragen, wordt het idee van acht uur ononderbroken focus best lastig vol te houden.

Wat de productiefste mensen anders doen

Toen DeskTime keek naar de werkpatronen van de productiefste 10 procent binnen een groep van 6.000 gebruikers, kwam er geen beeld uit van mensen die eindeloos doorbeuken. Volgens de recentere analyse van DeskTime werken de best presterende gebruikers gemiddeld ongeveer 75 minuten en nemen ze daarna 33 minuten rust. Dat klinkt voor veel kantoren bijna lui, maar de uitkomst was juist het tegenovergestelde.

Interessant is dat DeskTime eerder al iets soortgelijks vond. In het bekendere productiviteitsonderzoek van het bedrijf lag de verhouding bij topgebruikers rond 52 minuten werk en 17 minuten pauze. De precieze verhouding schoof in de loop der jaren op, maar de hoofdzaak bleef staan: je beste werk komt meestal niet uit de langste ononderbroken sessies. Het komt uit ritme, niet uit eindeloze duur.

Je aandacht beweegt in golven

Een vaak gebruikte verklaring daarvoor is de zogeheten basic rest-activity cycle, of BRAC, meestal gekoppeld aan Nathaniel Kleitman en samengevat in dit overzicht van de basic rest-activity cycle. Het idee is tamelijk eenvoudig: ook als je wakker bent, blijft je alertheid niet de hele dag op hetzelfde niveau. Je brein beweegt in golfbewegingen van meer en minder scherpte.

Dat herken je waarschijnlijk zonder moeite. Het eerste uur gaat een complexe taak vaak nog soepel. Daarna merk je dat lezen stroperiger wordt, keuzes meer moeite kosten en kleine onderbrekingen je ineens veel harder raken. Veel mensen leggen dat uit als gebrek aan discipline. Nuchter bekeken is het waarschijnlijker dat je tegen een normaal fysiologisch grenspunt aanloopt en er vervolgens toch doorheen probeert te duwen.

Waarom langer blijven zitten vaak duurder wordt

Precies daar wordt de werkdag inefficiënt. Mentale vermoeidheid kondigt zich zelden dramatisch aan. Ze verschijnt als traagheid, kleine slordigheden en een groeiend gevoel dat dezelfde taak ineens meer energie vreet. Een via PMC beschikbare studie over mentale vermoeidheid uit Frontiers in Physiology laat zien dat aanhoudende cognitieve inspanning zowel de ervaren vermoeidheid als het latere prestatievermogen beïnvloedt.

Toch is de standaardreactie in veel organisaties nog steeds: blijven zitten, nog even afmaken, nog één blok erbij. Dat levert vaak precies de verkeerde winst op. Je voegt wel tijd toe, maar geen scherpe denkkracht. Van buiten lijkt het productiviteit, omdat er nog steeds iemand achter een laptop zit. In werkelijkheid schuif je rustig een zone van afnemende opbrengst in. Je bent dan niet minder bezig, maar je werk wordt merkbaar minder krachtig.

Waarom topprestaties zelden uit eindeloos doorwerken komen

Ook de literatuur over deliberate practice wijst dezelfde kant op. In een artikel in Frontiers in Psychology over het werk van Anders Ericsson komt steeds weer terug dat topprestaties niet vooral draaien om zoveel mogelijk uren maken. Ze draaien om intensieve, doelgerichte sessies en om herstel tussen die sessies. Kwaliteit ontstaat in geconcentreerde blokken, niet in een dag die overal half scherp wordt uitgesmeerd.

Dat is voor moderne kantoorcultuur best een ongemakkelijke boodschap. Veel teams belonen nog altijd zichtbaarheid, bereikbaarheid en een volle agenda. Maar de mensen die echt goed presteren, gaan vaak selectiever met hun energie om. Ze beschermen de uren waarin hun denken helder is en schuiven lichtere taken naar de momenten waarop hun brein toch al minder scherp staat.

Hoe je hier in de praktijk iets mee doet

De 90-minutenregel hoef je niet als exact schema te behandelen. Zie het eerder als een bruikbaar werkmodel. Plan moeilijke taken in blokken van 60 tot 90 minuten, stop voordat je kwaliteit echt inzakt en neem daarna een pauze die ook werkelijk een pauze is. Dus even lopen, water halen, naar buiten of gewoon niets. Niet automatisch je telefoon openen en je brein alleen op een andere soort prikkel zetten.

De belangrijkste les is uiteindelijk vrij eenvoudig. Acht uur werken is een afspraak uit de arbeidsmarktgeschiedenis, geen natuurwet voor concentratie. In kenniswerk levert meer tijd aan je bureau lang niet altijd meer resultaat op. Vaak is het precies andersom. Wie durft te werken op het ritme van aandacht in plaats van op het ritme van schuldgevoel, krijgt meestal meer gedaan en houdt daar ook nog een bruikbaarder hoofd aan over.

Bronnen en Referenties

  1. DeskTime
  2. DeskTime
  3. Nathaniel Kleitman / BRAC Research
  4. PMC / Frontiers in Physiology
  5. Frontiers in Psychology / Anders Ericsson

Lees over onze redactionele standaarden

Misschien vind je dit ook leuk: