Het rendement van 11% dat vooral liquiditeit verkoopt

Het rendement van 11% dat vooral liquiditeit verkoopt

·5 min leestijdGeld en Investeringen

11,3 procent. Dat is precies het soort getal waar particuliere beleggers gevoelig voor zijn geworden na jaren van magere dividendrendementen. Eind 2025 stond het dividendrendement van de MVIS US Business Development Companies Index op dat niveau, bijna het dubbele van 6,8 procent op leveraged loans en veel hoger dan de 4,2 procent op tienjarige Treasuries. Na een decennium waarin veel dividendbeleggers moesten leven met 2 tot 3 procent, klinkt dat bijna als een eindelijk open deur.

Alleen: het is niet de deur die de meeste mensen denken te nemen. Het rendement is echt, maar de reden dat het zo hoog ligt is minstens zo echt. En juist die reden blijft vaak onzichtbaar tot je het product al bezit. In 2025 liepen drie verschillende voertuigen in de marketing vrijwel door elkaar: beursgenoteerde BDC’s, beursgenoteerde equity REITs en een nieuwe golf interval funds en niet-beursgenoteerde BDC’s die werden verkocht als toegang tot private credit.

De meest verkochte oplossing was niet de beste match

Vooral die laatste categorie schoot omhoog. Minimale inleggen daalden naar 5.000 tot 50.000 dollar, grofweg 4.600 tot 46.000 euro, dus een bereik dat ineens haalbaar leek voor een deel van de particuliere markt. In de pitch klonk het aantrekkelijk: je zou bijna hetzelfde krijgen als institutionele beleggers in direct lending, maar dan in een toegankelijker verpakking.

De cijfers leken dat verhaal te steunen. De Cliffwater Direct Lending Index behaalde in 2025 een rendement van 9,3 procent en kende in twintig jaar slechts één negatief jaar, volgens de eigen indexdata van Cliffwater. Als je alleen naar dat soort rendementen kijkt, lijkt het logisch om te denken dat een semiliquide fonds gewoon een nette manier is om mee te doen. Maar juist daar zat het probleem.

Het echte risico zat niet in de lening, maar in de uitgang

In het vierde kwartaal van 2025 stegen terugkoopverzoeken als aandeel van de NAV aan het begin van het kwartaal in de niet-genoteerde BDC-markt naar 4,71 procent, bijna een verdrievoudiging. Dat deed sterk denken aan de liquiditeitsdruk bij niet-beursgenoteerde REITs tussen 2022 en 2024, toen BREIT van Blackstone opnames vijftien maanden achter elkaar beperkte, zoals Citywire beschreef.

Belangrijk is dat de onderliggende leningen niet ineens dramatisch slechter werden. Het was vooral een structuurkwestie. Een semiliquide voertuig kan niet iedereen tegelijk laten uitstappen. Voor veel beleggers voelt zo’n gate abstract zolang de markten meewerken. Pas wanneer je zelf wilt verkopen, merk je dat “toegang tot private credit” soms vooral betekent dat liquiditeit voorwaardelijk is.

Daarom is deze derde laag in 2026 voor veel particuliere beleggers de slechtste match. Wie het geld binnen vijf jaar nodig kan hebben, bezit hier eigenlijk geen gewone inkomensbelegging, maar een kapitaalverplichting in een vriendelijker jasje.

REITs zijn nog steeds bruikbaar, maar niet meer het standaardverhaal

Op de tweede plaats staan beursgenoteerde equity REITs. Die horen nog steeds prima thuis in een gespreide portefeuille, vooral als liquide vastgoedblootstelling. Alleen is hun rol als vanzelfsprekende inkomensoplossing flink kleiner geworden. Met een tienjarige Treasury rond 4,2 procent en BDC-rendementen van 11,3 procent oogt een REIT-uitkering van 3 tot 5 procent minder als premie en meer als een mager compromis.

Bij niet-beursgenoteerde REITs wordt het nog lastiger. BREIT liet in het derde kwartaal van 2025 herstel zien, volgens Blackstone Real Estate Income Trust. Tegelijk wees Resolution Capital, op basis van analyse van Chilton Capital, op 26 miljard dollar aan swaps die uiterlijk in 2027 aflopen tegen een gewogen gemiddelde strike van 1,4 procent. Een herfinancieringsschok van 200 basispunten kan AFFO na beheervergoedingen in negatief gebied duwen, aldus de analyse van Resolution Capital. Als je geen dagelijkse marktprijs ziet, prijs je dat risico al snel te optimistisch in.

De saaiste winnaar is voor veel beleggers de beste keuze

Daarom komen beursgenoteerde BDC’s voor de meeste particuliere beleggers op één. Niet omdat ze risicoloos zijn, maar omdat ze ongeveer dezelfde economische functie vervullen als private-creditfondsen, alleen dan in een veel transparantere vorm. Ze lenen aan middelgrote bedrijven tegen variabele rente, vallen onder de 1940 Act-structuur, keren 90 procent van het belastbare inkomen uit, noteren dagelijks op de beurs en hebben geen gates of hoge minimuminleg.

Ook de kredietdata gaven eind 2025 geen beeld van een verborgen ontsporing. Het Q3 2025-compendium van KBRA meldde mediane non-accruals van slechts 2,5 procent op kostprijs en 1,3 procent op fair value. De analyse van VanEck liet bovendien portefeuillerendementen van 9 tot 11 procent zien voor beursgenoteerde BDC’s.

Dit ranking werkt alleen als je je eigen gedrag meerekent

Natuurlijk zit er ook hier een prijs aan. Beursgenoteerde BDC’s kunnen in kredietstress 10 tot 20 procent onder NAV handelen. Dat voelt onprettig omdat je de beweging dagelijks ziet. Interval funds verstoppen een deel van die schommeling achter een kwartaalwaardering. Het onderliggende economische risico kan vergelijkbaar zijn; de emotionele ervaring is heel anders.

Daarom moet je dit ranking niet lezen als een wedstrijd om de hoogste yield, maar als een test van passend gedrag. Wie in paniek verkoopt tijdens een daling, betaalt een verborgen belasting in volatiliteit. Wie het geld tien jaar kan laten staan, kan illiquiditeit anders beoordelen. Voor de meeste particuliere beleggers in 2026 lijkt een kleine positie in 3 tot 5 beursgenoteerde BDC’s echter de meest nuchtere manier om private-creditinkomen te benaderen zonder te doen alsof je een endowment bent. Die 11,3 procent is geen cadeau. Op de beurs zie je in elk geval tenminste de rekening.

Bronnen en Referenties

  1. Cliffwater Direct Lending Index
  2. VanEck
  3. KBRA (Kroll Bond Rating Agency)
  4. Citywire
  5. Resolution Capital / Chilton Capital analysis
  6. Blackstone Real Estate Income Trust

Lees over onze redactionele standaarden

Misschien vind je dit ook leuk: